ijburgfinancieringen.nl

Bankspaarhypotheek

De bankspaarhypotheek is geïntroduceerd om een bancaire concurrent te creëeren voor de kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW)Het basisprincipe is ook voor beide varianten gelijk: fiscaal voordelig vermogen opbouwen voor de aflossing van een hypotheek. Er bestaat echter ook een aantal essentiële verschillen tussen de KEW aan de ene kant en de bankspaarhypotheek (SEW en BEW) aan de andere kant. Op deze pagina zetten we de belangrijkste verschillen op een rij.

Overlijden

Het grootste verschil tussen de KEW en de bankspaarhypotheek zit hem in de wijze waarop met overlijden omgegaan wordt.
  • hoogte uitkering bij overlijden
    Bij een KEW is de overlijdensrisicodekking geïntegreerd in het product. Bij overlijden tijdens de looptijd van de verzekering wordt het verzekerde bedrag uitgekeerd. De uitkering moet normaal gesproken verplicht gebruikt worden ter aflossing van de hypotheek. Bij een bankspaarhypotheek ontbreekt een dergelijke overlijdenrisicodekking en zal bij overlijden alleen de opgebouwde waarde op de geblokkeerde rekening uitgekeerd worden (bij 2 rekeninghouders de helft van de uitgekeerde waarde). Bij de bankspaarhypotheek wordt vanwege de beperkte dekking bij overlijden vaak additioneel een losse overlijdensrisicoverzekering afgesloten. Mocht de rekeninghouder dan komen te overlijden, dan worden 2 bedragen uitgekeerd: de overlijdensrisicodekking en het tegoed op de rekening. Hierbij geldt normaal gesproken dat het bedrag dat op de geblokkeerde rekening stond verplicht aangewend moet worden voor de aflossing van de hypotheek. De uitkering van de overlijdenrisicoverzekering kan vrij besteed worden. Bij een combinatie van een bankspaarhypotheek en een losse overlijdensrisicoverzekering is de kans op oververzekering of onderverzekering groot. Het is tenslotte vooraf lastig of niet in te schatten wat de opgebouwde waarde op de spaarrekening of de beleggingsrekening op een bepaald moment zal zijn.
  • begunstiging bij overlijden
    Bij het afsluiten van een KEW kan de verzekeringnemer zelf de begunstiging bepalen. De begunstigde wordt op de polis aangegeven. Bij de bankspaarhypotheek is er geen sprake van een begunstigde. Op het moment dat de rekeninghouder komt te overlijden, valt de waarde van de beleggingsrekening standaard in de nalatenschap. Bij samenwonende partners is de langstlevende partner niet per definitie de (enige) erfgenaam. Op het moment dat hier geen rekening mee wordt gehouden, kunnen bij overlijden grote problemen ontstaan.
  • successierechten
    Samenwonenden en niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtparen hebben bij een KEW de mogelijkheid om door zogenaamde ‘premiesplitsing’ successierechten te omzeilen. Als de overlijdensrisicopremie voor de KEW van de een wordt betaald door de ander, is geen successierecht verschuldigd. Bij de bank opgebouwd tegoed valt gewoon in de nalatenschap en daarmee onder de heffing van successierecht. Hierbij gelden er voor familieleden en langstlevende partners vaak wel ruime vrijstellingen.

Eigendom van de woning en eigenwoningschuld

Bij de bankspaarhypotheek moet de rekeninghouder zelf een eigen woning hebben. Bij de KEW hoeft de verzekeringnemer zelf geen woning te hebben. Bij de KEW wordt ook aan de regels voldaan als de echtgenoot of degene met wie de verzekeringnemer duurzaam samenwoond een eigen woning heeft. Daarnaast moet de rekeninghouder bij een bankspaarhypotheek gedurende de gehele looptijd een eigenwoningschuld hebben. Bij een KEW geldt dat er een eigenwoningschuld moet zijn zodra de verzekering uit gaat keren. Dit houdt in dat er tussendoor ook momenten kunnen zijn dat er geen eigenwoningschuld is.

purmerendhypotheken.nl Loeischerp!